|
Feiten en Cijfers
Orang-oetans (Pongo) zijn de grootste in de boom wonende dieren. Orang-oetans zijn zoogdieren (mammalia) die behoren tot de primaten net als andere (mens)apen, maki’s, lori’s en de mens. Grote mensapen en de mens behoren tot dezelfde familie Hominidae. De groep mensapen bestaat uit de orang-oetan, de chimpansee, de bonobo en de gorilla en onderscheiden zich van apen door hun grotere hersenen en intelligentie en het ontbreken van een staart. De orang-oetan heeft een genenpakket dat voor 96,4% overeen komt met dat van de mens. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de Borneose (Pongo pygmaeus) en de Sumatraanse orang-oetan (Pongo abelii) verschillende soorten zijn.
Hoe ziet de orang-oetan eruit?
Orang-oetans zijn bedekt met oranjeroodachtig lang haar. Mannetjes zijn twee maal zo groot als de vrouwtjes. Volwassen vrouwtjes wegen gemiddeld 40 kilo, volwassen mannetjes in het wild wegen ongeveer 80 kilo. In gevangenschap zijn
ze meestal veel zwaarder (tot 200 kilo). In het wild staan orang-oetans zelden rechtop, maar als ze dat doen zijn de mannetjes 1,5 meter hoog.
Wat ze bijzonder onderscheidend maakt van de mens is de spanwijdte van de armen, welke tot 2,25 meter kan zijn. Hierdoor raken hun vingers bijna de grond als ze rechtop staan. Mannetjes hebben opvallende grote wangkwabben, een keelzak en een oranje tot rode baard, die bij de vrouwtjes ontbreken. Door deze luchtzakken kan het mannetje luid brullen, waarbij het geluid vele kilometers ver draagt.
|