Het regenwoud van Sumatra en Borneo is relatief warm (gemiddeld 18 graden ’s nachts en 32 graden bij dag) en vochtig. Er valt jaarlijks 2.000 tot 3.000 mm regen. Ter vergelijking: in Nederland valt er gemiddeld 800 mm neerslag per jaar. Er staan soms wel 200 verschillende boomsoorten op een enkele hectare. De bekendste bomen uit het regenwoud zijn de palm, de bananenboom en de vijgenboom. De hoogste bomen vormen samen een gesloten bladerdak op 35 tot 70 meter hoogte. Slechts 1% van het zonlicht bereikt de aarde, zodat hier maar weinig planten groeien. In het regenwoud leven miljoenen soorten insecten, ontelbare vogelsoorten waaronder de toekan, neushoornvogels en papagaaien. De diversiteit aan hagedissen, slangen en kikkers is eveneens enorm. Naast diverse apensoorten zijn andere veel voorkomende zoogdieren in het tropisch regenwoud antilopen, reeën, zwijnen en katachtigen. Er komen ook nog grotere zoogdieren voor zoals de Orang-oetan, de dwergolifant, neushoorns en tijgers.
Jaarlijks verdwijnt er wereldwijd een stuk regenwoud ter grootte van 4 maal Nederland. Hierdoor worden 50.000 diersoorten met uitsterven bedreigd.
|