Nesten
Een zeeschildpad kan zich moeilijk voortbewegen op het land. Omdat zeeschildpadden hun kop en poten niet in kunnen trekken, zijn de uiterst kwetsbaar. Ze nest alleen ’s nachts op donkere stranden en keert direct terug naar zee als ze licht ziet of grote bewegingen. Ze kruipt het strand op en graaft met haar voorflippers een grote kuil, waar haar lichaam in past. Daarna graaft ze met haar achterflippers een smalle diepe kuil en legt hierin 50 tot 200 eieren. Deze zijn rond, wit en zacht en zijn zo groot als een golfbal. Daarna dekt ze de kuil weer af met zand, waarna ze terugkeert naar zee. Na een dag of 10 herhaalt ze het hele ritueel, 3 tot 5 keer per broedseizoen, om vervolgens voor 2 tot 4 jaar terug te keren naar het foerageergebied.
De geboorte
Als een nest niet door een roofdier geplunderd wordt, komen na 60 dagen de eieren uit. De jongen, zo groot als een handpalm, wachten tot de nacht om door het zand naar boven te komen. Ze kruipen zo snel als mogelijk richting de lichtste plek, wat normaal de schittering van de maan en sterren in de zee is. Dit is het gevaarlijkste moment, want onderweg naar zee zullen krabben, vogels, ratten en reptielen ze proberen te vangen om op te eten. Als ze eenmaal de zee hebben bereikt is het gevaar nog niet geweken. Alle grotere vissen zullen zich tegoed doen aan de baby schildpad. De eerste jaren zwemmen de jeugdige schildpadden door alle wereldzeeën en voeden ze zich met alles dat voor hun mond komt, waaronder planten, vissen en algen.
Uiteindelijk zal slechts 1 op de 1.000 schildpadjes het redden tot volwassene en 30 tot 40 jaar later weer terug te keren naar hetzelfde strand.